Vraag & antwoord

In deze rubriek behandelen wij vragen over hoe meer grip te krijgen op het medicatieproces. Bent u op zoek naar meer informatie? Download dan de Veilige principes in de medicatieketen van onze website.

Vraag 17: Mag ik als thuiszorgmedewerker medicatie voor mijn cliënt ophalen bij de apotheek?
De thuiszorgmedewerker is niet verantwoordelijk voor het ophalen van medicatie van de cliënt bij de apotheek. Vervoer van medicatie is géén taak van de zorgorganisatie. Dit is de verantwoordelijkheid van de cliënt. Als ophalen niet lukt, kan de apotheek de medicatie thuis bezorgen. Soms kan ook bezorging door de apotheek problemen geven, bijvoorbeeld wanneer de cliënt niet naar de deur kan komen of de deur niet opendoet omdat hij de bezorger van de apotheek niet herkent. In dit soort uitzonderlijke gevallen kan de thuiszorgmedewerker toch een rol op zich nemen in het vervoer. Maak per situatie heldere afspraken met de cliënt en mantelzorger en leg deze vast in het zorgplan. 

Vraag 16: Ik ben wel secuur, maar heb geen scholing over medicatie gehad. Mag ik dan tabletten uitdelen in een zorginstelling?Je mag alleen medicatie toedienen als je hiervoor bekwaam bent. Een belangrijke voorwaarde is uiteraard dat je secuur werkt, maar dat alleen is niet voldoende. Een zorgmedewerker die bekwaam is in het geven van medicatie, heeft:

1. voldoende kennis over de werking van medicijnen, het ziektebeeld van de zorgvrager, het medicatieproces en medicatieproblemen, zoals bijwerkingen en complicaties

2. voldoende vaardigheden om medicatie in verschillende toedieningsvormen te geven, en problemen met medicijngebruik te signaleren en op te lossen of over te dragen

3. de juiste professionele houding (o.a. communicatievaardigheden) om medicatie te geven

Bron: Leidraad bekwaamheid bij medicatie geven in de langdurige zorg, V&VN 2014

Vraag 15: Hoe vaak moet u de temperatuur van de geneesmiddelenkoelkast controleren?

Controleer de temperatuur van een geneesmiddelenkoelkast dagelijks en leg de temperatuur (minimaal) wekelijks vast. De temperatuur moet tussen de twee en zeven graden Celsius liggen. Daarmee is de houdbaarheid van de geneesmiddelen in de koelkast gegarandeerd tot de aangegeven datum op de verpakking. Het is belangrijk dat de temperatuur van de koelkast goed afleesbaar is. Continue meting, bijvoorbeeld via een thermoLogger, is natuurlijk aan te bevelen. Noteer bij afwijkende temperaturen welke acties je hebt ondernomen.

Bewaar geneesmiddelen in een aparte, afsluitbare, koelkast. Uitzondering is als de geneesmiddelen in de koelkast op de kamer of in het huis van de cliënt worden bewaard. Of in een kleinschalige woonvorm waar zeer zelden in de koelkast te bewaren geneesmiddelen worden gebruikt. Bewaar de geneesmiddelen dan wel in een afgesloten plastic bak.

Houd de koelkast schoon. De geneesmiddelenkoelkast moet minimaal eenmaal per maand worden schoongemaakt.

Bron: Hygiënerichtlijn voor verpleeghuizen, woonzorgcentra en kleinschalig wonen, maart 2016

Vraag 14: Welke geneesmiddelen die de apotheek in een geautomatiseerd geneesmiddeldistributiesysteem zoals een baxterzakje of medicatiezakje levert, moeten bij het toedienen door een tweede zorgmedewerker worden gecontroleerd?
Bij geen enkel geneesmiddel in een geautomatiseerd geneesmiddeldistributiesysteem is zo’n tweede controle nodig. Bij geneesmiddelen in een geautomatiseerd geneesmiddeldistributiesysteem is de verpakkende apotheek de eerste controle, de zorgmedewerker is de tweede controle. Er is dus geen tweede paraaf op de toedienlijst nodig bij middelen in een  geautomatiseerd geneesmiddeldistributiesysteem.

Vraag 13: Moet ik een ‘niet storen’ hesje dragen bij het aanreiken en toedienen van de medicijnen?
Het aanreiken en toedienen van medicijnen is risicovol. Een fout - met alle gevolgen van dien - is snel gemaakt. Om fouten te voorkomen is het belangrijk dat de persoon die de geneesmiddelen deelt zo min mogelijk wordt gestoord. Het aantrekken van een ‘niet storen’ hesje kan daarbij een handig hulpmiddel zijn. Dit laatste geldt echter niet altijd. Soms zorgt het ‘niet storen’ hesje ervoor dat je juist slechter kan concentreren op het delen van de geneesmiddelen en werkt het dus averechts. Voorbeelden hiervan zijn: een cliënt leest continu de tekst op het ‘niet storen’ hesje hardop voor of een cliënt stoot je aan en zegt: ‘ik mag je niet storen’. 

Vraag 12: Waarom moet een arts binnen een paar uur na opname (in bijvoorbeeld een verpleeghuis of gehandicaptenzorginstelling) bepalen welke medicatie de cliënt moet gebruiken?
Een zorgmedewerker mag alleen medicatie geven aan de hand van een toedienlijst gemaakt door de apotheek. De apotheek kan alleen een toedienlijst en medicatie leveren op basis van recepten van de arts. Als de arts niet binnen een paar uur na opname bepaalt welke medicatie een cliënt moet krijgen, kan de apotheek dus geen toedienlijst en eventueel ontbrekende medicatie leveren. De zorgmedewerker wordt dan in een lastig pakket gebracht. Bepaalt ze zelf welke medicatie de cliënt moet krijgen en maakt ze zelf een toedienlijst met de kans dat er grove medicatiefouten worden gemaakt of ... 

Vraag 11: Mag een arts mondeling aan de verzorging vragen om een medicijn zoals furosemide voor een periode van een week tijdelijk op te hogen (van 1x daags 1 tablet naar 1x daags 2 tabletten)?
Nee, een dosiswijziging is in feite een nieuw recept. De arts behoort hiervoor een elektronisch recept uit te schrijven. Zo kan de apotheek de dosiswijziging verwerken in de medicatie (baxter)rol en op de toedienlijst. Is er af en toe voor een dag een extra tablet nodig, dan kan de arts elektronisch een 'zo nodig' recept uitschrijven, met duidelijke aanduiding wanneer een extra tablet nodig is. De apotheek kan dit op de toedienlijst verwerken en een doosje furosemide bijleveren.

Vraag 10: Mag een zorgmedewerker een door de familie gekocht vitaminepreparaat toedienen?
Een zorgmedewerker mag alleen een zelfzorgmiddel toedienen als de arts het heeft voorgeschreven of geaccordeerd en als het door de apotheek op de toedienlijst is vermeld. Zorgmedewerkers mogen nooit op eigen houtje medicatie geven. Dit geldt voor alle zelfzorgmiddelen, dus ook voor vitaminepreparaten, homeopathische en antroposofische geneesmiddelen.

Vraag 9: Hoe lang moet je een Actueel medicatieoverzicht (AMO) bewaren?
Een Actueel medicatieoverzicht (AMO) bewaar je tot de eerste volgende medicatiewijziging bij de cliënt. Daarna is het overzicht namelijk verouderd en hoort er vanuit de apotheek geleverd of indien mogelijk vanaf de afdeling een nieuw actueel medicatieoverzicht geprint te worden.

Vraag 8: Waarom is de arts eigenlijk eindverantwoordelijk voor de werkvoorraad in een verpleeghuis?
Het is niet toegestaan een voorraad niet op naam gestelde receptgeneesmiddelen te hebben buiten de apotheek. Hierop is één uitzondering en dat zijn de geneesmiddelen die de arts in acute situaties snel moet kunnen toedienen. Voor de huisarts is dit de dokterstas. De werkvoorraad in een instelling zoals een verpleeghuis moet worden gezien als een soort dokterstas en moet daarom ook heel beperkt zijn wat betreft omvang. Praktische werkzaamheden, zoals controle op vervaldatum mag de arts delegeren aan bijvoorbeeld een verpleegkundige. De apotheker adviseert over de samenstelling van de werkvoorraad.

Vraag 7: Waarom is het belangrijk dat meldingen van een incident met een cliënt (MIC) aan het team teruggekoppeld worden?
MIC meldingen geven aan waar problemen voorkomen in het medicatieproces. Het is van belang dat teams dit proces verbeteren door hun werkwijze aan te passen. Bespreking in het team bevordert dit en bovendien komt aan het licht welke eventuele belemmeringen het team ervaart om het medicatieproces te verbeteren. Verder stimuleert het terugkoppelen van de meldingen de bereidheid om te melden bij de verzorgende.

Vraag 6: Waarom heeft het de voorkeur dat de apotheek bij de levering van geneesmiddelen aan een instelling een pakbon meelevert?
Als de apotheek geneesmiddelen bezorgt, vindt een transactie van goederen plaats. Zeker voor instellingen zoals verpleeghuizen, die risicodragend zijn voor de geneesmiddelkosten, is het belangrijk dat de instelling aan de pakbon kan controleren of de apotheek de juiste geneesmiddelen heeft geleverd en in rekening brengt. Ook kan de verzorging controleren of de levering compleet is, bijvoorbeeld omdat een geneesmiddel in nabestelling is. Het geniet verder de voorkeur dat de instelling tekent voor het in ontvangst nemen van de medicatie, zeker als opiaten, worden geleverd.

Vraag 5: Waarom kunnen de arts en de apotheker de medicatiebeoordeling niet met z'n tweeën doen?
Het doel van een medicatiebeoordeling is het opsporen en oplossen van medicatie gerelateerde problemen. Als je een medicatiebeoordeling alleen baseert op de mening van en de gegevens die bij de arts en apotheker bekend zijn, mis je de ervaring van de patiënt met het geneesmiddel. Een aantal essentiële vragen is daardoor lastig te beantwoorden: Werkt het geneesmiddel? Heeft de patiënt last van bijwerkingen? Neemt de patiënt de geneesmiddelen trouw in? De patiënt en/of mantelzorger kan deze informatie aan de apotheker of arts geven. Ook de verpleegkundige of verzorgende die de patiënt zeer regelmatig ziet, kan als ‘ogen en oren’ van de patiënt deze informatie leveren.

Vraag 4: Hoe breng ik in kaart welke medicatie een cliënt bij opname gebruikt?
Vraag het medicatieoverzicht bij de ‘oude’ apotheek op of vraag aan de cliënt dit overzicht zelf mee te nemen. Controleer vervolgens met de cliënt of diens vertegenwoordiger of het overzicht klopt. Besteed met name aandacht aan zelfzorgmiddelen, depotmedicatie en doseringen. Het komt zeer regelmatig voor dat cliënten de dosering of doseerfrequentie zelf aangepast hebben of het geneesmiddel helemaal niet meer slikken. Belangrijk is dat een arts, apotheek- of zorgmedewerker met kennis over geneesmiddelen en gespreksvaardigheden dit gesprek voert.

Vraag 3: Al mijn cliënten beheren hun medicatie zelf. Moet ik dan toch een medicatiebeleid hebben?
Ja, elke zorgorganisatie moet een medicatiebeleid hebben. Dit beleid bevat ten minste een beschrijving van de taken, verantwoordelijkheden en afspraken van het gehele medicatieproces. 

Vraag 2: Wanneer mag je als zorgmedewerker een injectie geven?
Als zorgmedewerker mag je alleen een injectie geven als aan de volgende 3 voorwaarden is voldaan:

  • Er moet een opdracht zijn van een arts, verpleegkundig specialist of physician assistant.
  • De zorgmedewerker moet bekwaam zijn (beschikken over de juiste kennis en vaardigheden) om de opdracht uit te voeren.
  • Er moet gehandeld worden overeenkomstig de eventuele aanwijzingen van de opdrachtgever.

Vraag 1: Waarom moet de apotheek voor een zorginstelling zowel het oogdruppelflesje als het doosje etiketteren?
Op elk geneesmiddel, het baxterzakje uitgezonderd, plakt de apotheek op het doosje een etiket met onder andere naam en gebruik van het geneesmiddel. Daarnaast moet de apotheek ook een etiket plakken op het geneesmiddel zelf, dat niet altijd in het doosje wordt bewaard, zoals een tube, flacon, fles, inhalator en insulinepen. Indien dit niet gebeurt kan dit gevaarlijke situaties opleveren. Wanneer bijvoorbeeld twee cliënten dezelfde oogdruppels gebruiken, dan bestaat de kans dat ze elkaars flesje gaan gebruiken. Dit kan leiden tot microbiële besmetting (kruiscontaminatie) met alle gevolgen van dien.