Medicijngroep

Indicatie

GLP1-agonisten zijn geregistreerd voor volwassenen met DM2. GLP1-agonisten zijn geregistreerd:

  • in combinatie met andere bloedglucoseverlagende middelen, waaronder insuline (alle GLP1-agonisten)
  • als monotherapie als metformine niet in aanmerking komt (dulaglutide, liraglutide en semaglutide) 

 

Liraglutide is ook geregistreerd voor de behandeling van DM2 bij kinderen vanaf 10 jaar 

Liraglutide en semaglutide zijn in een hogere dosering ook geregistreerd voor de behandeling van overgewicht en obesitas bij volwassenen (SmPC's).

Deze pagina gaat alleen over GLP1-agonisten bij volwassenen met DM2

Effectiviteit

De medicamenteuze behandeling van DM2 richt zich op regulering van de bloedglucosewaarden. Het doel van de behandeling is tweeledig. Het eerste doel is verminderen van eventuele klachten. Het tweede doel is voorkomen of vertragen van micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit. De hoeksteen van de behandeling van DM2 is niet-medicamenteus (niet roken, voldoende lichaamsbeweging, afvallen bij BMI > 25 kg/m2 en gezonde voeding) (NHG, 2024).

Wat is het effect op micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit?

Dulaglutide, liraglutide en subcutaan semaglutide geven een lager risico op macrovasculaire complicaties en mortaliteit dan placebo. Dit geldt vooral voor patiënten met een verhoogd cardiovasculair risico. Dulaglutide, liraglutide en subcutaan semaglutide veroorzaken ook minder nefropathie of renale complicaties. Het risico op retinopathie of oogcomplicaties is groter dan bij placebo. Het verhoogde risico op retinopathie is alleen voor subcutaan semaglutide significant (Gerstein, 2019Marso, 2016Marso 2016).

Lixisenatide en oraal semaglutide voorkomen geen macrovasculaire complicaties en mortaliteit in vergelijking met placebo. Het effect op microvasculaire complicaties is niet bekend (Pfeffer, 2015; Husain, 2019).

Wil je meer weten over de cardiovasculaire effecten van GLP1-agonisten? Lees dan de uitgebreide informatie over cardiovasculaire effecten.

Wat is het effect op het HbA1c?

GLP1-agonisten verlagen het HbA1c met ongeveer 11 tot 20 mmol/mol ten opzichte van placebo. Dit effect is vergelijkbaar met metformine (13 mmol/mol), gliclazide (11 tot 22 mmol/mol) en insuline (> 18 mmol/mol). Bij insuline is het mogelijk de dosering op te titreren tot de gewenste HbA1c-daling is bereikt (NHG, 2024).

Wat is het effect op het lichaamsgewicht?

GLP1-agonisten verlagen het lichaamsgewicht. De gewichtsafname is ongeveer 1,5 tot 4,5 kg (NHG, 2024).

Veiligheid

Wat zijn belangrijke bijwerkingen?

De meest voorkomende bijwerkingen van GLP1-agonisten zijn gastro-intestinale klachten, zoals misselijkheid en diarree. Deze bijwerkingen komen bij meer dan 10% van de patiënten voor. De meeste gastro-intestinale bijwerkingen komen voor tijdens de eerste dagen of weken van de behandeling. Daarna nemen ze af (SmPC's).

Hoe vaak komen hypoglykemieën voor?

GLP1-agonisten veroorzaken zelf geen hypoglykemieën, omdat ze alleen werken in aanwezigheid van verhoogde glucosewaarden. Gebruikt de patiënt een GLP1-agonist in combinatie met een middel dat hypoglykemieën kan veroorzaken? Dan is de kans op hypoglykemieën wel groter (SmPC's).

Wat is de langetermijnveiligheid?

Er is een aantal zorgen over de langetermijnveiligheid:

  • Pancreatitis en pancreascarcinoom. In sommige studies zijn GLP1-agonisten geassocieerd met een verhoogd risico op pancreatitis en pancreascarcinoom. Wil je meer weten? Lees dan de uitgebreide informatie over pancreatitis en pancreascarcinoom.
  • Schildklieraandoeningen. In proefdierstudies veroorzaakten GLP1-agonisten bij een veel hogere blootstelling dan bij mensen schildkliertumoren. De klinische relevantie van dit effect bij mensen is niet bekend (SmPC's).
  • Retinopathie. Bij patiënten met subcutaan semaglutide is een verhoogd risico op complicaties van diabetische retinopathie waargenomen. Het ging hierbij om patiënten die ook insuline gebruikten. Ook hadden de patiënten al diabetische retinopathie. Mogelijk is de oorzaak een snelle verbetering van de bloedglucoseregulatie (SmPC, 2023).
Wat zijn belangrijke contra-indicaties en interacties?

Er is weinig tot geen ervaring met GLP1-agonisten bij patiënten met een ernstige gastro-intestinale aandoening, waaronder gastroparese. GLP1-agonisten worden bij deze patiënten niet aangeraden. 

Patiënten met (een vermoeden van) pancreatitis moeten stoppen met de GLP1-agonist

GLP1-agonisten vertragen de maaglediging. De klinische relevantie hiervan lijkt beperkt. Er zijn geen relevante interacties met andere geneesmiddelen aangetoond (SmPC's).

Wat is het advies bij verminderde nierfunctie?

Patiënten met een geschatte creatineklaring > 10 ml/min kunnen dulaglutide, liraglutide en semaglutide gebruiken. Het advies is lixisenatide te vermijden bij een creatinineklaring van 10 tot 30 ml/min (KNMP, 2025).

Richtlijnen

De Nederlandse richtlijnen voor de behandeling van DM2 maken onderscheid tussen patiënten met en zonder zeer hoog risico op hart- en vaatziekten. Voor beide groepen geldt een ander medicamenteus stappenplan.

Het stappenplan voor de hoog-risicopatiënten geldt alleen voor patiënten met DM2 die voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • niet-kwetsbaar
  • levensverwachting > 5 jaar
  • eGFR > 10 ml/min/1,73 m2
  • zeer hoog risico op hart- en vaatziekten
    • eerder doorgemaakte hart- en vaatziekten
    • chronische nierschade met matig tot sterk verhoogd cardiovasculair risico
    • hartfalen

Voor alle andere patiënten geldt het stappenplan voor patiënten zonder zeer hoog risico op hart- en vaatziekten (NHG, 2024).

Welke plaats hebben GLP1-agonisten bij patiënten met zeer hoog risico op hart- vaatziekten?

GLP1-agonisten zijn stap 3 in het stappenplan voor de hoog-risicopatiënten. De richtlijn raadt GLP1-agonisten af bij:

  • ernstige nierfunctiestoornis (eGFR < 10 ml/min/1,73 m2)
  • pancreascarcinoom (terughoudendheid bij pancreatitis in voorgeschiedenis en bij (diabetische) gastroparese)
  • medullair schildkliercarcinoom
  • ernstige leverfunctiestoornis
  • ernstig hartfalen


SGLT2-remmers en metformine zijn stap 1 en 2. Bij een contra-indicatie voor SGLT2-remmers zijn GLP1-agonisten de eerste keus (NHG, 2024).

Welke plaats hebben GLP1-agonisten bij patiënten zonder zeer hoog risico op hart- vaatziekten?

GLP1-agonisten hebben een kleine plaats bij patiënten met DM2 zonder zeer hoog risico op hart- en vaatziekten. De richtlijn onderscheidt 4 stappen. GLP1-agonisten hebben een plaats in stap 2, 3 of 4.

  • Stap 1 is metformine.
  • Stap 2 is gliclazide. Heeft een patiënt een BMI ≥ 30 kg/m2? Dan kan de voorschrijver een GLP1-agonist overwegen in plaats van gliclazide.
  • Stap 3 is afhankelijk van de benodigde HbA1c-daling, patiëntkenmerken en patiëntvoorkeuren. Is het HbA1c 10 tot 19 mmol/mol boven de streefwaarde? Dan komen GLP1-agonisten of (middel)langwerkende insuline in aanmerking.
  • Stap 4 is een GLP1-agonist, DPP4-remmer, gliclazide, (middel)langwerkende insuline of SGLT2-remmer (NHG, 2024).

Kosten en vergoeding

Wat zijn de kosten?

GLP1-agonisten kosten ongeveer € 1.000 tot € 1.200 per jaar. Dat is duurder dan metformine, gliclazide, insuline en SGLT2-remmers:

  • Metformine kost ongeveer € 47 per jaar.
  • Gliclazide kost ongeveer € 76 per jaar (tabletten 30 mg) of ongeveer € 78 per jaar (tabletten 80 mg). 
  • NPH-insuline kost ongeveer € 72 per jaar voor 10 eenheden per dag. Insuline glargine kost ongeveer € 99 per jaar voor 10 eenheden per dag.
  • SGLT2-remmers kosten ongeveer € 510 tot € 600 per jaar (FK, 2025).


Wil je meer weten? Lees dan de uitgebreide informatie over kosten.

Wat zijn de vergoedingsvoorwaarden?

Niet alle patiënten met DM2 krijgen GLP1-agonisten vergoed. GLP1-agonisten worden vergoed voor:

  • Patiënten met een BMI ≥ 30 kg/m2:
    • in combinatie met metformine en een SU-derivaat
    • in combinatie met optimaal getitreerd basaal insuline en metformine met of zonder SU-derivaat
  • Patiënten met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten, vanwege eerder bewezen hart- en vaatziekten en/of chronische nierschade:
    • in combinatie met SGLT2-remmers en metformine


Lixisenatide wordt als enige GLP1-agonist niet vergoed voor patiënten met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten (VWS, 2025).


Wil je meer weten? Lees dan de uitgebreide informatie over vergoeding.

Aandachtspunten bij gebruik

Alle GLP1-agonisten zijn als subcutane injectie beschikbaar. Semaglutide is ook beschikbaar als orale toedieningsvorm (tablet). De toedienfrequentie verschilt per middel:

  • eenmaal per week: dulaglutide en subuctaan semaglutide
  • eenmaal per dag: liraglutide, lixisenatide en oraal semaglutide 


Patiënten kunnen de subcutane GLP1-agonist zelf injecteren in de buik, dij of bovenarm. Gebruikt de patiënt een GLP1-agonist in combinatie met een SU-derivaat of insuline? Dan kan het nodig zijn de dosis van het SU-derivaat of insuline te verlagen. Dit verlaagt de kans op hypoglykemieën (SmPC's).

Incidenten met nieuwe geneesmiddelen? Meld deze bij Voorkomen Medicatie-Incidenten.

Werkingsmechanisme

GLP1-agonisten zijn analogen van het incretinehormoon GLP1. Incretinehormonen stimuleren de insulineafgifte en remmen de glucagonafgifte. Ook vertragen ze de maaglediging en verminderen ze het hongergevoel (SmPC's).

Contact

Medicijnen

Laatst gewijzigd op 10 januari 2025

Gerelateerd aan GLP1-agonisten

Themajournaal

Medicijnjournaal

Factcheck

Nieuw onderzoek

MOVIE

Deze site maakt gebruik van cookies

Wij gebruiken cookies om informatie over het gebruik van onze website te verzamelen om de inhoud te verbeteren. Door hieronder op “accepteren“ te klikken stem je in met het plaatsen en gebruik van al onze cookies. Voor meer informatie verwijzen wij je naar ons cookiebeleid.